Op 4 december jl. verzorgde ik een intervisie op mijn werk, met als onderwerp: x93Opname in een psychiatrisch ziekenhuis.x94Daarbij maakte ik deels gebruik van mijn eigen ervaringen. Voor de belangstellenden volgt de tekst van mijn inleidende verhaal.
De reden dat ik deze intervisie heb voorbereid, is dat veel van onze deelnemers met een opname te maken hebben gehad of nog kunnen krijgen. Veel deelnemers zijn bang in de toekomst opgenomen te worden. Voor ons is belangrijk hoe clixebnten over een opname denken; het is belangrijk, een beetje te begrijpen waar ze vaak bang voor zijn, waar ze soms boos of verdrietig over zijn. Een opname is altijd een ingrijpende gebeurtenis, en wordt vaak als negatief ervaren. Een opname kan ook zeker gevolgen hebben hoe men tegen de hulpverlening en tegen hulpverleners aankijkt, dus ook tegen ons, als medewerkers van STOW.. Daarnaast spelen wij soms ook een rol bij de opname van deelnemers; wij adviseren soms behandelaars, om een deelnemer wel of juist niet op te nemen. Ook blijven wij deelnemers, die opgenomen zijn, begeleiden. Dan is het belangrijk, iets te weten van wat een opname inhoudt, hoe een opname door clixebnten beleefd wordt.
Omdat ik zelf ervaring heb met opgenomen zijn, leek het me op een gegeven moment goed daar een intervisie over voor te bereiden, en heb dat vorig jaar al een keer gedaan, voor een grotendeels ander team. Ik ben zelf twee keer opgenomen geweest; een vrij lange periode van 2 jaar, 10 jaar geleden; en een kortere van 3 maanden, 5 jaar geleden. Ik wil echter niet alleen over mijn eigen ervaringen praten, maar proberen een wat algemener beeld te geven van wat het betekent als je opgenomen wordt in een psychiatrisch ziekenhuis. Daarvoor heb ik toen met een aantal mensen gesproken; twee ex-clixebnten met ruime ervaring met opnames, een medewerkster van het Basisberaad, en twee hulpverleners die met opgenomen patixebnten werken. Daarnaast heb ik me de gesprekjes met deelnemers over opnames nog eens voor de geest gehaald. Dit heb ik deze keer nog aangevuld met de kennis die ik op mijn opleiding heb gekregen, met name door het boek x93Herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheidx94, dat hier trouwens ook op de stichting ligt, voor wie het later nog eens in zou willen zien.
Wat ik vooral als zeer negatief heb ervaren aan mijn opnames, is het verlies aan zelfstandigheid en vrijheid, of autonomie in hulpverlenerstermen. Je moet je voorstellen, dat ik net als ieder ander volwassen mens gewend was mijn eigen beslissingen te nemen. Maar opeens zijn al die vanzelfsprekende x93vrijhedenx94 opeens niet meer vanzelfsprekend. Je kan niet zomaar meer de TV aanzetten, of een boterham pakken, of bij een vriendin langs. Alles is aan regels gebonden, alles wordt voor je bepaald: hoe laat je opstaat, hoe laat je eet, wat je eet, hoe laat de TV aangaat, hoe laat je naar bed gaat. Je wordt als het ware weer een afhankelijk, klein kind, dat maar heeft te gehoorzamen.
Die afhankelijkheid zit x91m vaak in kleine dingetjes. Ik zat op een open afdeling, en kon dus in principe weg wanneer ik wilde; maar dan moest ik wel de verpleging vragen mijn kamerdeur op slot te doen, om diefstal te voorkomen. En als de verpleging net in de overdracht zat, kon je rustig een uur wachten. Kwam je terug, dan moest je weer aan een verpleegkundige gaan trekken om je kamer open te doen.
Of een ander klein voorbeeldje: iedereen zit ongeduldig te wachten tot het etenstijd is, want eten is vaak het enige lichtpuntje van de dag, dat de sleur doorbreekt. Maar de verpleegkundige laat iedereen nog wat langer wachten, omdat ze haar favoriete soap wil afzien.
Al die kleine dingetjes bij elkaar leiden tot een hoop onmacht en frustratie, stapelen zich op en leiden soms tot escalatie. Zo vertelde de medewerkster van het Basisberaad, van een man die gesepareerd werd. Hij schopte hard tegen een tafel en brak daarbij zijn voet, maar zat twee weken in de separeer zonder dat er een dokter naar zijn voet keek. Aanleiding van deze ingrijpende gebeurtenis was, dat de man een film op TV wilde afkijken, maar dat stipt om 22.00 uur de TV uitging; hij werd boos, de hulpverlener reageerde daarop met hem als een kind te behandelen, en de boel escaleerde.. Zelf heb ik eens gedreigd de receptie van de Bavo Capelle te bezetten, omdat ik geen boterham kreeg. Het ging natuurlijk niet om die boterham, maar om een opeenstapeling van frustratie.
Ook deelnemers van STOW noemden dat verlies van zelfbeschikking als iets, wat ze erg vonden. Ik denk dat door al die regels, het verlies van zelfbeschikking in de gewone, dagelijkse dingen ook je trots, je waardigheid wordt aangetast.
Op de boosheid van patixebnten wordt vaak met dwang gereageerd. Met dwang heb ik zelf niet heel veel ervaring, maar wat ik heb meegemaakt was zeker niet leuk. De paar nachten die ik manisch in de separeer doorbracht, maakten we nog onrustiger. Het feit dat er een rechterlijke machtiging voor me werd aangevraagd, maakte me alleen maar bozer en banger. Ik ben echter nooit met geweld gesepareerd, en heb maar kort op een gesloten afdeling gezeten. Maar ik kan me heel goed voorstellen, dat het een rotervaring is, als je door vier mannen de separeer ingedragen wordt, zoals een persoon me vertelde, of door drie mannen naakt uitgekleed wordt en gefouilleerd wordt, zoals een andere vrouw me vertelde. In Nederland wordt, in vergeleken met andere landen, heel veel gesepareerd, soms duurt een separatie weken- of zelfs maandenlang. En lang niet altijd bij acuut gevaar voor jezelf of een ander, zoals de wet voorschrijft; soms omdat andere patixebnten last van je hebben, soms als straf, soms zogezegd x93preventiefx94 bij mensen die de neiging hebben zichzelf te beschadigen. En wat ik van veel mensen hoor, is dat ze van separeren vaak alleen maar nog opstandiger, nog onrustiger of nog zelfbeschadigender werden. Een klacht die ik ook van meerdere mensen hoorde, was dat vaak niet wordt uitgelegd waarom dwang wordt gebruikt, ook niet achteraf.
Toen ik opgenomen was, was er een duidelijke sfeer van x93wijx94 de patixebnten, en x93zijx94, de hulpverleners. Hulpverleners, die we aan de ene kant nodig hadden, maar die we toch ook zagen als onderdrukkers: zij hadden de macht, wij niet; zij verboden ons van alles, of dwongen ons dingen juist wel te doen. Ook op mijn afdeling waren er aan de lopende band conflictjes tussen hulpverleners en patixebnten. Niet dat die hulpverleners op zich zo slecht waren, maar de hele situatie maakten ons vaak tot tegenstanders van elkaar.
Het lijkt logisch, dat je in een psychiatrisch ziekenhuis geholpen wordt met je problemen. Maar dit is vaak maar heel eenzijdig het geval. Zoals iemand zei, er is vooral aandacht voor medicijnen en je concrete gedrag, niet voor emoties, je pijn, de rouw die je doormaakt. Veel patixebnten raken heel veel kwijt als ze opgenomen worden. Zelf verloor ik mijn werk in de socialistische politiek, wat heel belangrijk voor me was; ik verloor mijn partner en daarmee ook mijn thuis, kortom ik verloor zox92n beetje alles wat er voor mij toe deed. Maar daar was weinig aandacht voor. Het ging er vooral over dat ik niet zoveel op bed moest liggen en actief moest worden, maar nooit werd de vraag gesteld, waarom ik zoveel in bed lag. Ik heb van meerdere mensen gehoord, dat er maar nauwelijks gekeken wordt tijdens een opname wat er eigenlijk vooraf ging aan een crisis. Of, om Wilma Boevink, een bekende ervaringsdeskundige, te citeren: x93Waarom vroeg niemand mij: wat is er toch gebeurd dat je er gek van werd?x94 Ik hoorde zelf achteraf van een verpleegkundige, dat er eigenlijk alleen besproken werd of patixebnten zich douchten, bij het eten verschenen en op tijd naar bed gingen. Over hoe het echt met hen ging, werd niet gesproken.
Ik denk dat dat met twee dingen te maken heeft. In veel psychiatrisch ziekenhuizen is sprake van onderbezetting. Vaak hebben verpleegkundigen geen tijd voor gewoon een praatje, laat staan een goed gesprek. Soms zijn ze er alleen als er medicijnen uitgedeeld moeten worden, of bij het eten. Verpleegkundigen zijn vooral bezig met het beheersen van de situatie, de rust en orde te bewaken. Wie niet gevaarlijk is, wordt vaak helemaal aan zijn lot overgelaten.
Maar het heeft ook met de houding van hulpverleners te maken. Hulpverleners in het algemeen richten zich, zo is mijn ervaring, vooral op je zieke kant. Het gevolg is, dat je geen mens meer bent, maar nog slechts patixebnt. Al die rollen die je gewoonlijk hebt x96 zoon of dochter, broer of zus, partner, vriend/vriendin, vader of moeder, collega, studiegenoot, etceterax85. ben je opeens kwijt. Er wordt niet over die rollen gepraat, niet naar gevraagd. Je ziekte staat centraal, niet je levenservaring, je mogelijkheden, je talenten.
De beste herinneringen heb ik dan ook aan een hulpverlener, die anders was; onder het wandelen en fietsen dat ik met deze bewegingstherapeut moest doen, zaten we veel te kletsen, en het ging eindelijk niet over mijn gestoorde gedrag, mijn diagnose of mijn behandelplan, maar over normale dingen, en over dingen die mij als mens, niet als patixebnt, interesseerden. Deze hulpverlener was ook de enige, die het met mij over politiek had, wat zox92n belangrijk deel van mijn leven was. En niet toevallig was het denk ik ook deze hulpverlener, die later suggereerde, dat ik misschien zelf in de hulpverlening zou kunnen gaan werken. Hij had oog voor de positieve, gezonde kanten van mij en andere patixebnten, en niet alleen maar voor de zieke kanten.
Sommige mensen hebben wel positieve ervaringen met een opname; van X. hoorde ik bijvoorbeeld, dat haar laatste opname haar heel erg meeviel, vergeleken met een eerdere in Dijkzigt. Daar werd ze soms afgesnauwd en gecommandeerd, bij haar laatste opname voelde zij zich volwassen behandeld. Bijvoorbeeld omdat haar behoefte aan privacy met Y. gerespecteerd werd. En Z. vertelde mij, dat hij ondanks alles toch blij is dat hij opgenomen is geweest, omdat nu zijn medicijnen goed zijn ingesteld en hij weer normaal kan functioneren. Ik denk dan ook niet dat het alleen maar kommer en kwel is in psychiatrische instellingen..
Aan de andere kant heb ik zelf ook meegemaakt, dat ik totaal niet serieus werd genomen, bijvoorbeeld met lichamelijke klachten. Kiespijn werd afgedaan als een waanidee; duizeligheid was mijn eigen schuld, omdat ik zoveel op bed lag. Toen toch maar de huisarts erbij werd gehaald, bleek ik een longembolie te hebben en moest met spoed naar het ziekenhuis x96 gelukkig maar, want aan een longembolie kan je doodgaan.
Een ander schrijnend voorbeeld noemde een klasgenoot van mij. Toen ze eindelijk aan een psychiater durfde te vertellen dat ze sexueel misbruikt was, was diens reactie: x93Dat zeg je omdat je langer opgenomen wil blijven.x94
Wat ik ook gehoord heb, is dat vroeger veel en veel meer therapie gegeven werd dan nu. Dat was ook niet altijd ideaal, want je was vaak verplicht een heel programma af te werken en therapie is natuurlijk ook niet altijd goede therapie. Maar toen ik opgenomen was, was er eigenlijk alleen bewegingstherapie en creatieve therapie, die wel een functie hadden als afleiding en bezigheid, maar hulp was het niet.
De dagen van mijn opnames waren vooral gevuld met koffie drinken, shaggies roken en in het niets staren. Ik hoorde dat van veel mensen; die leegte en dat nietsdoen was vreselijk.
Een ander aspect van een opname, vooral als het om een lange opname gaat, is denk ik vervreemding. Een psychiatrisch ziekenhuis is een wereldje op zich. Je zit met allemaal zieke mensen op een kluitje, en dat schept een hoop problemen. Er is veel irritatie onderling, soms ook agressie.
Je moet je bijvoorbeeld voorstellen, dat ik in mijn manische buien de gewoonte had om met de radio in de huiskamer te klooien, met het volume op keihard. Daar waren mijn medepatixebnten niet blij mee. Ikzelf voelde me op zijn zachtst gezegd niet helemaal op mijn gemak, toen een medepatixebnt begon te masturberen in de huiskamer bij een pornofilm.
Echte vechtpartijen heb ik zelf niet meegemaakt, maar ik schrok wel toen een medepatixebnt om een onduidelijke reden dreigde, me x92s nachts mijn strot door te komen snijden. Veel patixebnten, vooral vrouwen, zijn echt bang voor medepatixebnten. Zeker op gesloten afdelingen lopen nogal wat echt zieke mensen rond, die bijvoorbeeld psychotisch en gewelddadig zijn. Ook ongewenste intimiteiten komen voor. Daarnaast zorgen drugsverslaving voor veel problemen; agressie, patixebnten die anderen bestelen of afpersen. Er worden waarschijnlijk nergens zoveel drugs gebruikt als op gesloten afdelingen van psychiatrisch ziekenhuizen.
Maar vooral wordt je steeds geconfronteerd met de ellende van anderen, bovenop je eigen ellende. Als je dag in, dag uit in een huiskamer zit met zwaar depressieve mensen die apathisch voor zich uit zitten staren, dan doet je dat geen goed. En het kan nog erger: je kan meemaken dat een medepatixebnt zelfmoord pleegt of een poging doet. Om Wilma Boevink nog een keer te citeren: x93Ik vind dat xe9xe9n van de tegenstrijdigheden van de psychiatrie, dat mensen die enorm lijden bij elkaar worden gezet en dat we vervolgens verwachten dat ze daar beter van worden.x94
Op sommige afdelingen zijn er nog tweepersoonskamers, en dan is er helemaal geen privacy meer. Ik hoorde dat xe9xe9n van A.x92s klachten over zijn opname in het afkickcentrum was, dat hij een kamer moest delen met nota bene een drugsdealer.
Als je lang in zox92n zieke omgeving zit, bestaat het gevaar dat je vervreemdt van het gewone leven, van de maatschappij. Dat psychiatrisch ziekenhuizen soms midden in een woonwijk staan, maakt daarbij weinig uit. De Bavo Capelle staat ook midden in een woonwijk, maar als ik bij de buurtsuper een blikje cola ging halen, keek het winkelpersoneel me wel aan van
94oh God, dat is er weer een van de Bavo.x94 De Bavo ademde voor mij een sfeer uit van een andere wereld, een beetje een ghetto. Al was het alleen maar, omdat iedereen steeds zonder geld leek te zitten en er voortdurend gebedeld werd, om geld, shag of zelfs een vloeitje, om van wat oude peuken uit de asbak nog een nieuwe te maken. Drugsverslaving zal daar een rol bij gespeeld hebben, maar met het zak- en kleedgeld dat de meeste patixebnten kregen, was het sowieso armoe troef.
Laatste punt dat ik nog wil noemen, is dat de nazorg vaak te wensen overlaat. Een vriendin van me zei daarover het volgende: x93ik was 10 jaar opgenomen geweest, en toen zei ik xe9xe9n keer dat ik wel zelfstandig wilde wonen, en voor ik het wist was ik in mijn eigen huisje gestopt, met nauwelijks nazorgx94.
In een psychiatrisch ziekenhuis word je onderworpen aan een ritme, een vaste dagindeling en een scala aan regels. Veel mensen komen vervolgens thuis, en zitten opeens alleen, terwijl dat hele ritme weggevallen is. Ze zijn het gewone leven verleerd en krijgen weinig hulp, om het weer op te pakken. Daarnaast krijgen ze te maken met het stigma dat op psychiatrische patixebnten rust en maatschappelijke problemen als armoede, slechte huisvesting en een gebrek aan passend werk, waar vooral mensen met een psychiatrische achtergrond de dupe van worden.
Ik heb in deze inleiding vooral aandacht besteed aan de negatieve kanten van een opname. Natuurlijk omdat we juist met die negatieve kanten te maken kunnen krijgen als we met onze deelnemers werken, maar ook omdat er nou eenmaal veel negatiefs te vertellen is. Ik denk dat een opname in sommige gevallen zelfs een trauma op zich kan zijn. Straks zou ik daar graag met behulp van stellingen verder met jullie over willen discussixebren.